Moshpit

Ik schrijf elke week een column voor het Brabants Dagblad. Columns ouder dan 4 weken, kunt u terug lezen op deze pagina.

column

Moshpit

Het kan niet anders dan dat de Beekse Bergen afgelopen weekend iets lager zijn geworden. In onze badkamer en rondom de wasmand kom ik dat zand namelijk volop tegen.
Onze dochter van 20 vertoefde drie dagen in het Hilvarenbeekse vakantiepark. Het op de Tilburgse Spoorzone uit zijn jasje gegroeide Woo Hah was uitgeweken naar Beekse Bergen. Festivalplek bij uitstek.

Haar outfits hingen al dagen klaar, keurig op volgorde. Elke dag een ander setje. Noodzakelijk, want de vrolijk gekleurde topjes en rokjes kwamen voorzien van een dikke laag zand terug. ‘Logisch’, verklaart ze zelf. ‘Dat hoort er nu eenmaal bij als je midden in de moshpit staat’. Mijn man en ik kijken elkaar aan, geen idee waar ze het over heeft. We komen zelf uit de tijd waarin eenvoudiger termen gebezigd werden bij festivals. Maar biergooien en modderschuiven zijn geen opties meer in deze tijd, een kleintje pils kost bijna drie euro en met een beetje pech wordt het getapt met tien centimeter schuim.

Modderschuiven? Ja, toen het nog regende in Nederland, en de boeren haast moesten maken om het hooi op tijd binnen te halen. Uit angst dat ze door ons vermoeid wordt met nóg meer herinneringen over akkerbouw en boerenrock geeft ze uitleg. ‘Een moshpit is een plek, vlakbij het podium, waar groepen mensen wild om zich heen springen en slaan. Heel gebruikelijk bij concerten en helemaal van deze tijd.’ ‘Lekker’, reageren wij spottend, ‘zo’n festival doet al zo veel stof opwaaien. Goed dat het weer voorbij is. Zand erover, zullen we maar zeggen.’ Wederom een diepe zucht, gevolgd door een fijnstofhoestbui.

We zwijgen wijs en bereiden ons voor op het laatste festival over drie weken, Decibel. Maar voor nu even genoeg hakken in het zand.

LocusHaus