Van 2015 tot juli 2020 schreef ik columns voor het Brabants Dagblad. Diverse van deze columns zijn terug te lezen op deze website.
Van 2015 tot juli 2020 schreef ik columns voor het Brabants Dagblad. Diverse van deze columns zijn terug te lezen op deze website.

Bij mijn geboorte wilde ik niet huilen terwijl dat toch het eerste is wat er van een mens verlangd wordt.
Zonder die paar flinke tikken van de huisarts, had ik vast een zuurstoftekort opgelopen en was ik misschien wel met een verstandelijke beperking aan mijn leven begonnen.
Verstandelijk beperkt: het houdt me nu al dagen bezig.
Vorige week maakte ik kennis met vrijetijdsclub Uilenburg uit Hilvarenbeek. Deze soos, voor mensen met een of andere handicap, hield een modeshow in een plaatselijk café. De deelnemers, tussen 18 tot 70 jaar, paradeerden als heuse mannequins over de catwalk.
Als je ze niet betuttelend en kinderachtig toespreekt, krijg je prachtige gesprekken.
Over het passen van de kleding, waarbij een schoonheid haar hoofd schuin omdraait richting spiegel en hardop denkt: “Is mijn kont toch niet te dik in deze broek?” Over de zenuwen die door het lijf van een jonge god gieren: “Wat zal het publiek toch niet van me denken, is het niet voor schut?”
Later die avond herken ik de kleine Bas, van mijn stage bij de peuterspeelzaal in Hilvarenbeek, jaren geleden.
“Weet je dat ik uit Biest-Houtakker kom?” vertel ik hem.
Reactie van Bas, die behoorlijk bij de pinken is: “Dus je komt uit Biest-Houtakker? Ach joh, daar kun jij toch ook niets aan doen!”
Ik schiet gigantisch in de lach, tot groot plezier van Bas weer. Maar dan begrijp ik het. Dit was niet zomaar een grap. Wat een beperking voor de een is daar kan een ander grenzeloos trots op gaan.
Ik begrijp heus wel de worsteling van ouders, die zich afvragen hoe hun kwetsbare kind zich staande houdt in deze complexe maatschappij.
Maar ik zie vooral het plezier en de onbevangenheid van hun kinderen. Door hun beperkingen heen kun je de talenten herkennen. En dan zie pas echt wat je zien moet:een heel mens.