Van 2015 tot juli 2020 schreef ik columns voor het Brabants Dagblad. Diverse van deze columns zijn terug te lezen op deze website.
Van 2015 tot juli 2020 schreef ik columns voor het Brabants Dagblad. Diverse van deze columns zijn terug te lezen op deze website.
Een hele Brabander per uur, zo prijkt de krantenkop in de zaterdagkrant. Tellen ze de halve niet mee dan? Die Brabander waar je nergens mee kunt komen? Die een schande is voor onze provincie?
Het soort dat niet luistert en alleen maar schreeuwt van: minder, minder, minder, en eigen volk eerst.
Dat met Nieuwjaar auto’s in brand steekt, tijdens het stappen agenten bespuugt, buschauffeurs afzeikt en bij nacht xtc-afval de natuur in loost.
Over het algemeen ben ik trots op Brabant waar landelijk wonen, innovatief ontwikkelen en maatschappelijk ondernemen in harmonie samen gaan.
Maar de raddraaiers maken het er niet makkelijker op. Het liefst sluit ik mijn ogen voor hen, doe ik oordoppen in en bestel ik een spuugkap (jawel, die bestaat!).
Vluchtelingen zouden volgens dit volk direct naar oorlogsgebieden terug gejaagd moeten worden, stel je voor dat ze aan onze welverdiende voorzieningen komen knagen.
De branieschoppers zelf mogen natuurlijk wel het land uit, om gezellig een potje voetbal te kijken. Om zich in Madrid zo te misdragen dat ze met beeld en geluid de wereld over gaan. Een moeder krijgt haar zoon via tv de woonkamer in geserveerd, een man die blijkbaar niet opgewassen is tegen de opdringerigheid van een bedelende vrouw. Die daarom maar gaat lopen zieken met een brandend geldbiljet.
Intussen loopt in Brabant de teller nog even op. Wordt het een vluchteling, of een Nederlandse baby?
Wie weet wordt die 2,5 miljoenste Brabander een lief klein meisje, deze week geboren uit Syrische ouders.
Laat haar in vrede opgroeien in een gastvrij en tolerant Brabant. Want het leven is goed in het Brabantse land. Het land waar je wieg misschien wel, maar misschien ook niet heeft gestaan.