Van 2015 tot juli 2020 schreef ik columns voor het Brabants Dagblad. Diverse van deze columns zijn terug te lezen op deze website.
Van 2015 tot juli 2020 schreef ik columns voor het Brabants Dagblad. Diverse van deze columns zijn terug te lezen op deze website.

Ik hoefde mijn onderlip maar te laten trillen en ik had mijn zin al. Wat wil je, als enige dochter tussen vijf zonen. En zo gooide ik de plannen van mijn broer om samen met een vriend langs de deuren te gaan zingen in duigen. Want ik moest en zou mee. Bovendien, met tweeën als drie koningen de straat op is stom, zette ik mijn aangedikt snikken kracht bij.
Onze pa, sterk als een beer, was niet opgewassen tegen de tranen van zijn oogappel. Zijn strenge blik richting mijn broer was voldoende, om mij toch maar mee op sleeptouw te nemen. Ons moeder toverde vliegensvlug een oud tafelkleed om tot chique mantel en samen knipten we een kroon uit een kartonnen doos. Daar gingen de twee jongens, met als derde wiel aan de wagen die kleine verwende zus.
In Biest-Houtakker waren de mensen zo gul, dat we ook het buitengebied aandeden.
Vertederend op de drempels luisterden ze naar die stoere kereltjes met het schattige kleine meisje beschermend tussen hen in.
Een schril contrast met de werkelijkheid, want ze vervloekten me op dat moment, die twee.
Ieder 6 gulden en een volle trommel snoep haalden we op. Uiteindelijk waren we alle drie de koning te rijk, al hadden de twee vrienden de buit liever samen verdeeld.
Het is gelukkig goed gekomen tussen mijn broer en mij. We hebben geleerd rekening te houden met elkaar en dragen een deel van onze verdiende centen af aan goede doelen.
Vandaag zal de deurbel regelmatig gaan. En staan daar aandoenlijk ogende kinderen voor me te zingen dat het een lieve lust is. Of ze allemaal in vrede komen, wie zal het zeggen? Ik maak er graag mijn eigen verhaal van. En ik geef gul, dankzij mijn eigen dierbare herinneringen. Dan weten ze dat alvast.