Van 2015 tot juli 2020 schreef ik columns voor het Brabants Dagblad. Diverse van deze columns zijn terug te lezen op deze website.
Van 2015 tot juli 2020 schreef ik columns voor het Brabants Dagblad. Diverse van deze columns zijn terug te lezen op deze website.

Het is zondagnacht half vier, de telefoon gaat. Buiten zingt een vroege vogel ijverig zijn lied.
Onze dochter van 18 belt of ik haar kom halen, na een stapnacht in Tilburg. Vooraf afgesproken, dat wel, al spring ik niet vol enthousiasme mijn bed uit.
Ze vindt me overbezorgd, zelf was ze net zo lief op haar fiets gestapt om langs het Wilhelminakanaal of de Safariparkroute naar huis te komen. Of meegelift met wat dorpsgenoten die ze tegenkwam in de kroeg.
Mama ziet te veel beren op de weg, en romantiseert het teddyberentijdperk, zucht ze regelmatig. Andere zorgen, dat vertelde ik u al eerder.
De generatie van onze kinderen, 17 en 18 jaar, brengt gepieker met zich mee. Rondom alcohol, drugs, en veilig thuiskomen. Opgroeien op het platteland, waar het drinken van je eerste biertje op je 14e eerder norm is dan schande, maakt het er niet makkelijker op. Ik mag die jongelui, inclusief hun ouders, maar dit verschil van mening zorgt voor een lastige tweedeling.
Moeten we dan slechts focussen op onze eigen kroost? Onmogelijk. Ze groeien samen op, groepsdruk en kans op uitsluiting is groot. Menig ouder worstelt met dit dilemma, na een lange strijd uiteindelijk in stilte. Ieder met eigen waarden en normen. De leeftijdsgrens heeft het er knap lastig op gemaakt. Veel jongeren onder de 18 zijn al bijna laveloos als ze het café in gaan, en elk drankje dat ze te pakken krijgen slaan ze in één keer achterover. Uit angst dat het ze afgenomen wordt. Vervolgens vieren ze hun afterparty op weg naar huis, in de auto van de te jonge Bob, die net het roze briefje bezit. Met alle gevaren en verdriet van dien.
Dan toch maar liever dochters telefoontje dat me wekt midden in de nacht, en niet de deurbel…