Van 2015 tot juli 2020 schreef ik columns voor het Brabants Dagblad. Diverse van deze columns zijn terug te lezen op deze website.
Van 2015 tot juli 2020 schreef ik columns voor het Brabants Dagblad. Diverse van deze columns zijn terug te lezen op deze website.
We zijn kampioen alarm slaan. Hoera, hoera!
Weer eens een andere koppositie dan de meeste wietzolders, zuipende jongeren of lege varkensstallen.
Nu kunnen wij Brabanders het wel hebben, al die berichtjes over brandje hier en ontploffinkje daar. In alle rust checken we teletekst en locatie, en gaan dan door met het schoffelen van onze voortuin.
Al behoorde ik vroeger niet tot die nuchtere provinciaal.
Toen de kinderen klein waren sloeg ik door in het voorbereiden op rampscenario’s. Ik leerde ze geen ‘help’ te roepen in nood, maar ‘brand’.
Bij ‘help’ kwam geen hond. Alleen die van de buren maar die huppelde werkelijk overal kwispelend op af. Bij ‘brand’ daarentegen rukte het hele dorp uit. Spanning en sensatie op het doorgaans rustige platteland.
Zoon en dochter plagen me nog steeds met de door mij georganiseerde ontruimingsoefeningen, waarbij ze via het platte dak de woning moesten verlaten. De jongste kon net lopen!
Waar we voorheen goed om ons heen keken, voor dreigend gevaar, zitten we nu 24/7 op welke app dan ook. Zo verknallen we ons hele weekend door voorover gebogen de buienradar te checken, terwijl de zon hoog aan de hemel staat.
Zien we op Facebook hoe gezellig het buurtfeestje is, waar wij niet waren omdat we de uitnodiging uit onze fysieke brievenbus vergaten te halen.
En zien we de rookpluimen uit ons eigen dak over het hoofd, omdat de veiligheidsdienst ons geen berichtje stuurde.
We harken vrolijk verder, nietsvermoedend tot de sirenes voor de deur van ons huis stil worden en de brandslangen uitgerold.
En dan zien we onszelf die avond terug bij het nieuws op Omroep Brabant. Zonder huis, zonder haard. Maar wel met een keurig aangeharkte voortuin, dat dan weer wel.