Van 2015 tot juli 2020 schreef ik columns voor het Brabants Dagblad. Diverse van deze columns zijn terug te lezen op deze website.
Van 2015 tot juli 2020 schreef ik columns voor het Brabants Dagblad. Diverse van deze columns zijn terug te lezen op deze website.
Komt een man bij de dokter. De 60 net gepasseerd, en hij moet de weg vragen naar de praktijk. Hij had hier hooguit eens geweest kunnen zijn toen zijn kinderen, nu volwassen kerels, klein waren en de gebruikelijke prikjes nodig hadden. Maar dat deed zijn vrouw, terwijl hij buiten de deur de kost verdiende. En dat deed hij nog steeds, fluitend. Tot voor kort. Pijnklachten, die hij al een tijdje voelde, werden erger.
Een oudere dame in de wachtkamer, leunend over haar rollator biedt hem een rangsnoepje aan. ‘Dat ze nog bestaan’; denkt hij. ‘Rangsnoepjes. En wildvreemden die je dat aanbieden’. Het snoepje blijkt een truc, want door het te accepteren krijgt hij haar hele verhaal te horen. Over haar jeugd, over weggelopen liefdes en eenzaamheid. Over een nare buurman en nog veel meer. ‘Weet u trouwens dat deze wachtkamer vooral op maandagen overvol zit?’ ratelt ze door. ‘Daarom heb ik vanochtend meteen gebeld of ik nog kon komen, want die roomsoes van gisteravond is me niet goed bevallen.’
De man wordt gered bij de zoemer, gevolgd door zijn naam. Zonder de binnenkomende patiënt aan te kijken, constateert de huisarts een leeg computerscherm. Geen medische historie van deze man. In plaats van de veiligheid van het beeldscherm waarachter de arts zich pas bij zijn volgende patiënt kan verschuilen, zit er niets anders op dan de man aan te kijken en een gesprek aan te gaan. De man leunt achterover, ziet de nerveuze blik van de arts en vraagt: ‘Gaat het, dokter?’ De dokter herstelt zich, waarna hij de man doorstuurt voor foto’s. Die bevestiging worden van slecht nieuws.
Er zit enige fictie in dit verhaal, maar daarmee schrijf ik de diagnose van deze goede vriend helaas niet van me af. We hopen het allerbeste…