Van 2015 tot juli 2020 schreef ik columns voor het Brabants Dagblad. Diverse van deze columns zijn terug te lezen op deze website.
Van 2015 tot juli 2020 schreef ik columns voor het Brabants Dagblad. Diverse van deze columns zijn terug te lezen op deze website.

In mijn keuken hangt een foto van een vluchtelingengezin. Hij hangt daar al vele jaren, en de laatste tijd kijk ik er vaak naar.
De foto van 71 jaar oud toont mijn opa met zijn familie en al hun varkens en koeien.
Vlakbij oma schuilt een ventje van 8 jaar, mijn vader. Ik zie de angst in zijn ogen. Ze zijn vanuit Biest-Houtakker via Moergestel naar Tilburg gevlucht voor het geweld. Het was 1944 en gevaarlijk, de kanaalbrug werd opgeblazen en granaten vlogen om de oren. Het gezin zocht een veilig onderkomen.
Ze kwamen terecht in Tilburg Zuid, in de Bisschop Zwijsenstraat. De slagersfamilie van Sprang had er de hele oorlog rekening mee gehouden dat zij naar het platteland moesten vluchten en ze wisten dat bij mijn opa de deur open zou staan. Het bleek andersom, boer Willem stond met vrouw, negen kinderen en zijn complete gemengde bedrijf voor zijn deur. Inclusief nog wat andere familieleden. ‘Gullie zėt welkom’, zo sprak de slager en de hele buurt erom heen.
De bedden waren voor de gasten, en de peuters Jan en Fons van Sprang sliepen in gemetselde pekelbakken, waar in tijden van vrede de ham werd gezouten.
Ik ben nooit vergeten hoe dankbaar mijn opa altijd bleef.
Zelfs niet toen ik in de jaren 80 als student door Tilburg Zuid fietste en opgeschoten wijkjeugd keer op keer mijn boekentas keihard van mijn bagagedrager schopte.
Ongetwijfeld zullen er onder de vluchtelingen van nu enorme klootzakken zitten, waarvan ik wens dat mijn dochter ze nooit tegenkomt. Net zoals ik hoop dat haar boekentas op haar fiets blijft zitten.
En noem me een dromer, maar wie weet schrijft een kleindochter van een dankbare Syriër over 71 jaar hoe blij ze was dat haar opa hier gastvrij werd ontvangen.