De ultieme droombaan

Van 2015 tot juli 2020 schreef ik columns voor het Brabants Dagblad. Diverse van deze columns zijn terug te lezen op deze website.

column

De ultieme droombaan

Waar maïs hakselen, aardappelen rooien en de bietencampagne aan menig stedeling voorbij gaat, doen deze onderwerpen de harten van de plattelander sneller kloppen.

Ik zie ze nog zitten, de jongens van mijn dorpsschool, lang geleden. De maanden september en oktober viel hen aan topgrafie of taal weinig bij te brengen, echte mannen keken de hele dag uit het raam naar het ijzeren geweld vol met maïs dat langs de school raasde. De ‘Wat wil je later worden-rubriek’ in het vriendenboek werd door de mannelijke klasgenoten steevast ingevuld met de ultieme droombaan: loonwerker.

In die gevaarlijke landbouwtijden hielden onze ouders ons angstvallig binnen, als de dood waren ze dat één van de bestuurders ons over het hoofd zag.

De toen nog redelijk beschaafde tractoren zijn al lang en ook nog eens meer dan wegdeelbreed vervangen door rijdende fabrieken die schaduwen over de huizen werpen.

Voertuigen van meer dan 8 ton, 185 pk zwaar bestuurd door jongens die nog geen enkele haar op de kin hebben staan.

Wat heb ik vorige week mee geleefd met het gezin van de 48-jarige verongelukte motorrijder, met de 16-jarige tractorbestuurder én de werkgever die deze jongen op pad stuurde. Binnen een paar seconden veranderde hun levens voorgoed.

De toedracht van het ongeluk is mij niet bekend, de passie om deze voertuigen te mogen besturen wel. Met deze jongens ben ik opgegroeid. Ik zie het verlangen in hun ogen om die jaarlijkse terugkerende klus op het land te klaren.

Maar ik zie ook de te gevaarlijke situaties op de weg, door de smalle straten van bijvoorbeeld Hilvarenbeek. En steeds vraag ik me weer af of we moeten willen dat onze nog erg jonge kinderen vanaf zulke gevaartes deelnemen in het verkeer.